Fesoterodine (Dosering)

Fesoterodine is een antimuscarinisch geneesmiddel voor de behandeling van het overactieve blaassyndroom. De aanwezigheid van polymorfismen in het CYP2D6-gen beïnvloedt de farmacokinetiek van het geneesmiddel, zodat kennis van de "metabolische status" van het individu kan bijdragen tot een betere dosisaanpassing.

Fesoterodine wordt gebruikt voor de behandeling van een overactieve blaas (een aandoening waarbij de spieren van de blaas ongecontroleerd samentrekken, wat frequent urineren veroorzaakt, een dringende behoefte om te urineren en een onvermogen om het urineren onder controle te houden). Fesoterodine behoort tot een klasse van geneesmiddelen die antimuscarinica worden genoemd. Het werkt door het ontspannen van de blaasspieren om dringend, frequent of oncontroleerbaar urineren te voorkomen.

ACTIEMECHANISME

Fesoterodine is een specifieke competitieve antagonist van muscarinereceptoren. Het wordt snel en uitgebreid gehydrolyseerd door plasma-esterasen, waarbij het 5-hydroxymethylderivaat ontstaat, dat de belangrijkste actieve metaboliet is en de hoofdverantwoordelijke voor de farmacologische werking.

CONTRAINDICATIES

Fesoterodine overgevoeligheid, urineretentie, maagretentie, ongecontroleerd hoeksluitglaucoom, myasthenia gravis, ernstig leverfalen, ernstige colitis ulcerosa, toxisch megacolon.

Fesoteridon niet voorschrijven of het gebruik ervan nauwlettend volgen bij gelijktijdig gebruik met sterke CYP3A4-remmers bij patiënten met een nier- of leverfunctiestoornis.

VoorZORGSMAATREGELEN

Voorzichtigheid is geboden wanneer de patiënt een significante obstructie van de blaaswegen vertoont, met risico op urineretentie; gastro-intestinale obstructieve aandoeningen (pylorische stenose); gastro-oesofageale reflux en/of personen die gelijktijdig stoffen (orale bisfosfonaten) innemen die oesofagitis kunnen veroorzaken of verergeren; verminderde gastro-intestinale motiliteit; autonome neuropathie; gecontroleerde hoekafsluitingsglaucoom; patiënten met een risico op cardiale QT-verlenging (hypokaliëmie, bradycardie en gelijktijdige toediening van geneesmiddelen die het QT-interval verlengen), reeds bestaande relevante hartziekten (myocardischemie, aritmie, CHF); detrusorhyperactiviteit van neurogene oorsprong.

Voorzichtigheid is geboden bij het voorschrijven of aanpassen van doses bij patiënten met een verminderde lever- of nierfunctie die fesoterodine gelijktijdig gebruiken met sterke of matige remmers van het cytochroom CYP3A4 of sterke remmers van CYP2D6. Gelijktijdig gebruik met een sterke CYP3A4-inducer (carbamazepine, rifampicine, fenobarbital, fenytoïne, sint-janskruid) wordt niet aanbevolen.

Fesoterodine wordt niet aanbevolen bij kinderen en adolescenten jonger dan 18 jaar.

Er bestaat een risico op angio-oedeem, indien dit optreedt de behandeling met fesoterodine staken en onmiddellijk een passende behandeling toedienen.

Het gebruik tijdens zwangerschap en borstvoeding wordt afgeraden omdat er geen gegevens over toxiciteit zijn.

FARMACOLOGISCHE INTERACTIES

Fesoterodine vermindert de werking van metoclopramide.

Voorzichtigheid is geboden wanneer fesoterodine gelijktijdig wordt toegediend met andere antimuscarinica en stoffen die anticholinerge eigenschappen hebben (bijvoorbeeld amantadine, tricyclische antidepressiva, bepaalde neuroleptica), aangezien dit kan leiden tot een verhoogd therapeutisch effect en bijwerkingen.

De plasmaconcentratie van fesoterodine wordt verhoogd door: sterke CYP3A4-remmers (bijvoorbeeld atazanavir, claritromycine, indinavir, itraconazol, ketoconazol, nefazodon, nelfinavir, ritonavir (inclusief elke behandeling met ritonavir-verhoogde proteaseremmers), saquanivir, en telitromycine).

De plasmaconcentratie van fesoteridon wordt verlaagd door: behandeling met inductoren van CYP3A4 (bijv. carbamazepine, rifampicine, fenobarbital, fenytoïne, sint-janskruid). Gelijktijdig gebruik wordt niet aanbevolen.

Gelijktijdige toediening met een sterke CYP2D6-remmer kan leiden tot verhoogde blootstelling aan fesoterodine en bijwerkingen. Dosisreductie tot 4 mg kan noodzakelijk zijn bij toediening met sterke CYP2D6-remmers.

BijWERKINGEN

Duizeligheid, hoofdpijn, droge ogen, droge keel; droge mond, buikpijn, diarree, dyspepsie, constipatie, misselijkheid; dysurie; slapeloosheid, heesheid, rugpijn.

Er zijn ook andere, ernstiger maar minder vaak voorkomende bijwerkingen, zoals: zwelling van gezicht, keel, tong of lippen en moeite met slikken of ademhalen. Als u een van deze symptomen heeft, stop dan met het innemen van fesoterodine en ga naar de eerste hulp.

BRANDNAAM

  • Toviaz®

Geanalyseerde genen

CYP2D6
De DNA test die u zocht
Kopen