Glimepiride, Glyburide, Gliclazide, Glipizide (Werking)

Sulfonylureum is een familie van antidiabetica zonder insuline die op grote schaal worden gebruikt bij de behandeling van type 2-diabetes. Zij worden voornamelijk gemetaboliseerd door CYP2C9, zodat de aanwezigheid van bepaalde varianten in dit gen gevolgen kan hebben voor de klinische respons op deze geneesmiddelen.

De sulfonylurea's hebben een acuut hypoglykemisch effect dat inwerkt op de β-cellen van de pancreas en de insulinesecretie stimuleert, en een chronisch hypoglykemisch effect dat te wijten is aan de versterking van de werking van insuline door een toename van het aantal insulinereceptoren of de binding van insuline aan deze receptoren in gevoelige weefsels.

Sulfonylureumderivaten zijn de geneesmiddelen bij uitstek bij patiënten met diabetes mellitus type II (DM2) die geen metformine verdragen en bij wie geen bijzonder risico op hypoglykemie bestaat. Sommige patiënten met DM2 reageren niet op de sulfonylureumderivaten (primair falen), dat lijkt in verband te staan met de mate van hyperglykemie. En sommige patiënten die goed werken met sulfonylureas kunnen uiteindelijk stoppen met reageren (Secundair falen) als gevolg van pancreas β-cel depletie of de aanwezigheid van intercurrente processen (infecties, stress, enz.). Soms wordt het vermogen om op sulfonylureas te reageren hersteld door deze patiënten tijdelijk met insuline te behandelen.

De sulfonylureumgroep omvat een groot aantal geneesmiddelen, waaronder: glycazide, glyburide (glibenclamide), glimepiride, glipizide, tolbutamide, enz. De verschillen in farmacologische respons tussen verschillende patiënten kunnen aan verschillende factoren te wijten zijn. Een van deze factoren is het genetische verschil tussen patiënten in de genen die verband houden met transport, interactie, insulinesignalering en metabolisering door de cytochromen die deze geneesmiddelen in de lever bioconverteren, hetgeen de laatste jaren steeds belangrijker wordt. Dit artikel behandelt de doeltreffendheid van glicazide, glimepiride en glyburide (of glibenclamide) in verband met de aanwezigheid van polymorfismen in het cytochroom CYP2C9, het belangrijkste enzym dat deze geneesmiddelen metaboliseert.

CONTRAINDICATIES

Diabetes mellitus 1, zwangerschap en borstvoeding, nierfalen (gliquidone, glipizide, gliclazide en glimepiride kunnen worden voorgeschreven bij licht-matig nierfalen), bijwerkingen van sulfonylureum, allergie voor sulfamiden en ernstig leverfalen.

PHARMACOLOGISCHE INTERACTIES

Het risico op hypoglykemie wordt verhoogd door: stoffen die sulfonylureas verdringen van de albuminebindingsplaatsen (zoals aspirine, fibraten en trimethoprim), stoffen die het metabolisme van sulfonylureas competitief remmen (zoals alcohol, H2-blokkers en anticoagulantia), stoffen die de urinaire eliminatie van sulfonylureas remmen (zoals probenecid en allopurinol), stoffen die de eigenschappen van orale hypoglykemische middelen versterken (zoals alcohol en aspirine), bètablokkers en sympatholytica.

BIJWERKINGEN

Hypoglykemie (glyburide of glibenclamide is de sulfonylureum die meer, ernstiger en langduriger hypoglykemie veroorzaakt), hematologische veranderingen (medullaire aplasie, agranulocytose, hemolytische anemie en trombocytopenie), huidaandoeningen (purper, pruritus, erythema nodosum, erythema multiforme, Steven-Johnson, lichtgevoeligheid), Maagdarmstelselaandoeningen (misselijkheid, braken, cholestase), Schildklieraandoeningen (voorbijgaande subklinische hypothyreoïdie), nierwerking (onvoldoende secretie van ADH (hyponatriëmie), diuretisch effect), Diffuse pulmonale reacties (pneumonitis), Gewichtstoename, hyperinsulinemie .

De frequentie van bijwerkingen is laag (2-5%). De belangrijkste bijwerking is hypoglykemie, die vaker in verband wordt gebracht met het gebruik van langwerkende sulfonylureas, zoals chloorpropamide en glibenclamide. Milde-matige hypoglykemie komt voor bij 14% van de patiënten-jaar en ernstige hypoglykemie bij 0,6% van de patiënten-jaar. Glimepiride, gliclazide met gewijzigde afgifte en glipizide van kortere duur hebben een kleiner risico op hypoglykemie.

BRANDNAMEN

  • Glimepiride (Amaryl®, Roname®)
  • Gliburide of glibenclamide (Daonil®, Euglucon®, Glucolon®, Norglicem 5®)
  • Glicazide (Diamicron®)

Geanalyseerde genen

CYP2C9

Bibliografie

Holstein A, Plaschke A, Ptak M, Egberts E-H, El-Din J, Brockmöller J, et al. Association between CYP2C9 slow metabolizer genotypes and severe hypoglycaemia on medication with sulphonylurea hypoglycaemic agents. Br J Clin Pharmacol, 2005; 60(1):103–6.

Klen J, Dolžan V, Janež A. CYP2C9, KCNJ11 and ABCC8 polymorphisms and the response to sulphonylurea treatment in type 2 diabetes patients. Eur J Clin Pharmacol, 2014;70(4):421–8.

Suzuki K, Yanagawa T, Shibasaki T, Kaniwa N, Hasegawa R, Tohkin M. Effect of CYP2C9 genetic polymorphisms on the efficacy and pharmacokinetics of glimepiride in subjects with type 2 diabetes. Diabetes Res Clin Pract, 2006; 72(2):148–54.

Swen JJ, Wessels JAM, Krabben A, Assendelft WJJ, Guchelaar H-J. Effect of CYP2C9 polymorphisms on prescribed dose and time-to-stable dose of sulfonylureas in primary care patients with Type 2 diabetes mellitus. Pharmacogenomics, 2010; 11(11):1517–23.

Holstein A, Hahn M, Patzer O, Seeringer A, Kovacs P, Stingl J. Impact of clinical factors and CYP2C9 variants for the risk of severe sulfonylurea-induced hypoglycemia. Eur J Clin Pharmacol, 2011; 67(5):471–6.

Heb je nog steeds geen DNA test gehad?

Doe je genetische test en kom alles over jezelf te weten.

starter
Starter DNA-testen

Voorouders, eigenschappen en welzijn

Kopen
starter
Advanced DNA-testen

Gezondheid, Voorouders, Eigenschappen en Welzijn

Kopen
De DNA test die u zocht
Kopen