Paclitaxel (Dosering)

Paclitaxel is een antineoplastisch geneesmiddel dat wordt gebruikt voor de behandeling van verschillende soorten kanker, zoals eierstok-, slokdarm-, borst-, long- en pancreaskanker. De identificatie van genetische biomarkers die de werkzaamheid en de mogelijke neurotoxiciteit van het geneesmiddel kunnen voorspellen, kan van groot nut zijn voor een beter beheer van de therapie.

Paclitaxel is een antineoplastisch geneesmiddel dat op grote schaal wordt gebruikt in eerstelijns chemotherapeutische behandelingen bij kanker van de borst, eierstok, long en prostaat, naast andere solide tumoren.

ACTIEMECHANISME

Paclitaxel is een op taxoïden gebaseerd antineoplastisch geneesmiddel dat de assemblage van microtubuli uit tubulinedimeren stimuleert en microtubuli stabiliseert waardoor depolymerisatie wordt voorkomen.

Het remt de vorming van de mitotische spindel tijdens de celdeling, waardoor het mitoseproces wordt geblokkeerd.

CONTRAINDICATIES

Paclitaxel is gecontra-indiceerd bij patiënten met overgevoeligheid voor taxoïden, bij vrouwen die borstvoeding geven, wanneer het neutrofielengetal lager is dan 1.500/mm3 (<1.000/mm3 voor patiënten met Kaposi-sarcoom); bij patiënten met Kaposi-sarcoom en bij patiënten die gelijktijdig lijden aan ernstige en ongecontroleerde infecties.

ACTIVITEITEN

Het gebruik van paclitaxel vereist een nauwkeurige hematologische, lever- en hartcontrole. Het gebruik wordt afgeraden bij patiënten jonger dan 18 jaar en bij patiënten ouder dan 75 jaar die paclitaxel kregen in combinatie met gemcitabine vanwege een verhoogd risico op bijwerkingen.

Tijdens en na de behandeling moeten anticonceptiemethoden worden gebruikt.

Geen gelijktijdige toediening van erlotinib met paclitaxel en gemcitabine.

Paclitaxel moet worden gestaakt bij het optreden van overgevoeligheidsreacties en/of sensorische neuropathie.

Voorzichtigheid is geboden bij het gebruik van paclitaxel in geval van leverinsufficiëntie, myelosuppressie en perifere neuropathie.

In combinatie met radiotherapie bij longcarcinoom kan paclitaxel bijdragen tot de ontwikkeling van interstitiële pneumonitis.

Als mucositis optreedt bij patiënten met Kaposi-sarcoom, moet de dosis paclitaxel met 25% worden verlaagd. Vermijd IA (intra-articulaire) toediening en extravasatie.

Bij patiënten die monotherapeutisch of in combinatie met gemcitabine worden behandeld, bestaat er een risico op pneumonitis en sepsis (de patiënt moet worden gecontroleerd).

Bij gemetastaseerde borstkanker en niet-kleincellige longkanker met matige tot ernstige leverinsufficiëntie wordt aanbevolen de dosis met 20% te verlagen.

BIJWERKINGEN

Behandeling met paclitaxel kan een toestand van immuunsuppressie ontwikkelen die verschillende soorten infecties kan veroorzaken (infectie van de urinewegen, folliculitis, infectie van de bovenste luchtwegen, candidiasis, sinusitis). Behandeling met paclitaxel kan ook neutropenie, anemie, leukopenie, trombocytopenie, lymfopenie, myelosuppressie veroorzaken.

Behandeling met paclitaxel kan een daling van het hematocriet, een daling van het aantal rode bloedcellen en andere bloedafwijkingen zoals gedissemineerde intravasculaire stolling tot gevolg hebben.

Andere bijwerkingen zijn: anorexia, dehydratie, verminderde eetlust, hydro-elektrolytveranderingen (hypokaliëmie), slapeloosheid, depressie, angst, duizeligheid.

Behandeling met paclitaxel kan leiden tot perifere neuropathie, hypo-esthesie, paresthesie, perifere sensorische neuropathie, hoofdpijn, dysgeusie, duizeligheid, perifere motorische neuropathie, ataxie, gevoelsstoornissen, slaperigheid.

Andere bijwerkingen zijn: toegenomen traanvorming, wazig zien, droge ogen, droge keratoconjunctivitis, madarosis.

Andere tekenen en symptomen van behandeling met paclitaxel kunnen zijn: lymfoedeem, dyspneu, epistaxis, faryngolaryngeale pijn, hoest, rhinitis, rinorroe, misselijkheid, diarree, braken, constipatie, stomatitis, buikpijn, abdominale distensie, pijn in de bovenbuik, dyspepsie, gastro-oesofageale reflux, orale hypo-esthesie, alopecia, huiduitslag, nagelafwijkingen, pruritus, droge huid, erytheem, pigmentatie/verkleuring van de nagels, hyperpigmentatie van de huid, onycholysis, veranderingen van de nagels.

Andere bijwerkingen zijn: Arthralgie, myalgie, pijn in de extremiteiten, botpijn, rugpijn, spierkrampen, pijn in de ledematen; vermoeidheid, asthenie, pyrexie, perifeer oedeem, slijmvliesontsteking, pijn, rigor, oedeem, zwakte, verminderde functionele status, pijn op de borst, griepachtig ziektebeeld, malaise, lethargie, hyperpyrexie, gewichtsverlies.

Behandeling met paclitaxel kan een stijging van de lever- en pancreasenzymen (ALT, AST, GGT, alkalische fosfatase) in het bloed veroorzaken. Bovendien verhoogt paclitaxel de lichaamstemperatuur.

PHARMACOLOGISCHE INTERACTIES:

Het gebruik van de volgende stoffen gelijktijdig met paclitaxel kan de toxiciteit van paclitaxel verhogen en daarom is voorzichtigheid geboden: bekende cytochroom CYP2C8- of CYP3A4-remmers (bijvoorbeeld: ketoconazol en imidazol antischimmelmiddelen, erytromycine, fluoxetine, gemfibrozil, clopidogrel, cimetidine, ritonavir, saquinavir, indinavir en nelfinavir).

De werkzaamheid van paclitaxel kan worden verminderd door gelijktijdig gebruik met: bekende CYP2C8-cytochroom- of cytochroom CYP3A4-inductoren (bijv. rifampicine, carbamazepine, fenytoïne, efavirenz, nevirapine).

BRANDNAAM

  • Taxol ®

Geanalyseerde genen

CYP2C8 CYP3A4

Bibliografie

Hertz DL, Roy S, Motsinger-Reif AA, Drobish A, Clark LS, McLeod HL, et al. CYP2C8*3 increases risk of neuropathy in breast cancer patients treated with paclitaxel. Ann Oncol Off J Eur Soc Med Oncol; 2013, 24(6):1472–8.

Hertz DL. Germline pharmacogenetics of paclitaxel for cancer treatment. Pharmacogenomics, 2013; 14(9):1065–84.

de Graan A-JM, Elens L, Sprowl JA, Sparreboom A, Friberg LE, van der Holt B, et al. CYP3A4*22 genotype and systemic exposure affect paclitaxel-induced neurotoxicity. Clin Cancer Res, 2013; 19(12):3316–24.

Leskelä S, Jara C, Leandro-García LJ, Martínez A, García-Donas J, Hernando S, et al. Polymorphisms in cytochromes P450 2C8 and 3A5 are associated with paclitaxel neurotoxicity. Pharmacogenomics J, 2011; 11(2):121–9.

Bergmann TK, Brasch-Andersen C, Gréen H, Mirza MR, Skougaard K, Wihl J, et al. Impact of ABCB1 variants on neutrophil depression: a pharmacogenomic study of paclitaxel in 92 women with ovarian cancer. Basic Clin Pharmacol Toxicol, 2012; 110(2):199–204.

Heb je nog steeds geen DNA test gehad?

Doe je genetische test en kom alles over jezelf te weten.

starter
Starter DNA-testen

Voorouders, eigenschappen en welzijn

Kopen
starter
Advanced DNA-testen

Gezondheid, Voorouders, Eigenschappen en Welzijn

Kopen
De DNA test die u zocht
Kopen